Hoge Raad Nederland: Pre-2021 gokcontracten met Malta-licenties blijven geldig onder burgerlijk recht
Hoge Raad Nederland: Pre-2021 gokcontracten met Malta-licenties blijven geldig onder burgerlijk recht

De Hoge Raad heeft in een recent arrest bepaald dat overeenkomsten voor online kansspelen met niet-gelicentieerde Malta-operators uit de periode vóór de regulering in 2021 niet automatisch nietig zijn op grond van het Nederlandse burgerlijk recht, en deze uitspraak wijst claims van twee spelers af die aanzienlijke verliezen wilden terugvorderen.
Eén speler eiste terugbetaling van ongeveer 139.000 dollar na verliezen op PokerStars tussen 2006 en 2021 terwijl een tweede speler rond de 135.000 euro probeerde terug te krijgen van PartyCasino over de jaren 2020 en 2021, maar beide vorderingen werden afgewezen omdat de Wet op de kansspelen dergelijke pre-regulatie afspraken niet ongeldig maakt voor restitutiedoeleinden.
Achtergrond van de rechtszaken en de rol van de Kansspelautoriteit
De zaken kwamen voort uit procedures bij de rechtbanken in Amsterdam en Noord-Holland waarbij spelers betoogden dat contractsbepalingen in strijd waren met artikel 3:40 van het Burgerlijk Wetboek, en de Hoge Raad oordeelde na voorlopige antwoorden dat deze redenering geen stand houdt voor gokovereenkomsten uit die tijd, omdat de wet geen expliciete basis biedt voor automatische nietigheid of terugbetaling.
Operators zoals Entain hielden al langer vol dat dergelijke historische claims geen juridische grondslag hebben, en de uitspraak brengt nu definitieve duidelijkheid doordat ze zich aansluit bij eerdere posities van de sector zonder nieuwe interpretaties van de pre-2021 wetgeving te introduceren.
Details van de uitspraak en de toepassing van de Wet op de kansspelen
Volgens de Hoge Raad creëert de Wet op de kansspelen geen automatische nietigheid voor overeenkomsten met Malta-gelicentieerde aanbieders uit de periode vóór oktober 2021, en dit betekent dat spelers geen restitutie kunnen eisen puur op basis van het ontbreken van een Nederlandse vergunning destijds, terwijl de regeling pas later in werking trad en online kansspelen formaliseerde.
Het arrest benadrukt dat claims voor terugbetaling van verliezen uit die jaren afzonderlijk beoordeeld moeten worden aan de hand van specifieke omstandigheden, en niet via een algemene nietigverklaring die de hele sector zou treffen, en dit sluit aan bij de manier waarop de Kansspelautoriteit toezicht houdt zonder retroactieve effecten op bestaande contracten te forceren.

En in juli 2026 blijft deze uitspraak relevant omdat het de grenzen markeert voor historische vorderingen nu de markt al enkele jaren gereguleerd is, en spelers die nog claims overwegen moeten rekening houden met deze definitieve lijn van de Hoge Raad.
Gevolgen voor spelers, operators en de bredere markt
Spelers die verliezen leden bij unlicensed operators vóór 2021 zien hun mogelijkheden voor massale terugvorderingen beperkt, en operators kunnen zich beroepen op deze duidelijkheid om verdere procedures af te wenden terwijl de Kansspelautoriteit zich richt op de huidige naleving in plaats van oude zaken.
De uitspraak voorkomt een golf van vergelijkbare claims die de markt zouden kunnen destabiliseren, en het biedt zowel spelers als aanbieders een helder kader waarbij alleen specifieke gevallen nog individueel getoetst kunnen worden zonder dat de hele pre-2021 praktijk onderuit wordt gehaald.
Volgens iGaming Business verschaft het arrest ook finaliteit tegen historische claims, en dit sluit aan bij de standpunten die Entain en vergelijkbare bedrijven al innamen tijdens eerdere procedures.
Conclusie
De beslissing van de Hoge Raad brengt helderheid in een langlopend juridisch vraagstuk rond pre-2021 gokovereenkomsten, en het wijst erop dat de Wet op de kansspelen geen automatische basis biedt voor nietigheid of restitutie in deze gevallen, zodat zowel spelers als operators nu weten waar ze aan toe zijn zonder verdere onzekerheid over oude contracten.